Idee voor een Wiki artikel? Lees in dit artikel hoe je kunt helpen!

Hoefbeslag mennen

Uit Bokt

Ga naar: navigatie, zoeken

Als een paard een gewicht moet trekken gaat hij, net als een mens, voorover hangen om alsnog het gewicht gelijkelijk over zijn 4 benen te verdelen. Zonder vracht ligt het zwaartepunt van een paard op 1/3 van de afstand tussen vóór- en achterbenen (gemeten vanaf het voorbeen). De voorbenen dragen 2/3 en de achterbenen 1/3 van het lichaamsgewicht. Het lichaamsgewicht wijst van het zwaartepunt naar een punt iets achter de voorhoeven. Als het paard een kracht moet trekken zal hij "naar voren leunen" om dezelfde verdeling van het lichaamsgewicht te behouden.

Slijtage

Hoe groter de trekkracht hoe groter slijtage van de hoeven. Daar waar dus meer van de aanspanning gevergd werd, qua trekkracht of snelheid, moesten vaak ook de hoeven op een of andere wijze beschermd worden. "Een goed paard is zo goed als zijn hoeven" luidt een Engels spreekwoord. Vooral in de Europese landen ontstond de behoefte aan hoefbeslag. In een vochtig klimaat wordt de paardenhoef sneller week en slijt dus sneller. De tegenwoordige menpaarden hebben daarom vaak ook dikkere ijzers, al of niet in combinatie met wideapuntjes

Hoefijzer

Volgens opgravingen waren er al in de 4e eeuw al hoefijzers, maar dit werd bij latere onderzoeken in twijfel getrokken. IJzer is namelijk zwaar, hierdoor zouden de hoefijzers uit de grondlaag van de 12 eeuw naar beneden gezakt en zo in de grondlaag van de 4e eeuw terecht zijn gekomen.

Materiaal

Bij de hoefnagel zijn materiaalkeuze en vorm van groot belang. Ze worden van hetzelfde materiaal gemaakt als het hoefijzer waardoor ze in gelijke mate slijten. De horizontale kracht waarbij het hoefijzer over het wegdek begint te slippen is de wrijvingskracht. Op een vlakke verharde weg is deze bepalend voor de trekkracht die het paard kan opbrengen. Toen in het begin van de 19de eeuw een compleet netwerk van verharde wegen Europa doorkruiste werd dit gegeven temeer actueel daar de paarden moesten concurreren met de opkomende spoorwegen. Ze moesten uit economische noodzaak steeds zwaardere lasten torsen, tot wel zo'n 1500 kg per paard. De wrijvingskracht werd vergroot door het gewicht van het paard aan de voorkant kunstmatig te verhogen met een verzwaard gareel. Dit verzwaarde gareel, dat wel rond de 80 kilo kon wegen, is ca. 60 jaar in gebruik gebleven. Het putte de paarden echter uit en rond de eeuwwisseling verdween deze "techniek" ; mede doordat de spoorwegen de strijd inmiddels hadden gewonnen. De nuttige last per paard werd weer teruggebracht tot ca. 750 kilo.

Foto's

Bronnen, referenties en/of voetnoten