Idee voor een Wiki artikel? Lees in dit artikel hoe je kunt helpen!

Uitsluiting (springen)

Uit Bokt

Ga naar: navigatie, zoeken

In de volgende gevallen moet uitsluiting door de jury plaatsvinden:

  1. Het springen of trachten te springen van een hindernis in de ring voor het begin van het parcours, met uitzondering van de oefenhindernis(sen) die door de jury zijn toegestaan (art. 202.3);
  2. Starten voor het belsignaal is gegeven en de eerste hindernis van het parcours springen (art. 203.1.2);
  3. Meer dan 45 seconden gebruiken om de eerste hindernis te springen nadat de tijd van het parcours is begonnen, met uitzondering van gevallen in omstandigheden waarop de deelnemer geen invloed heeft (art. 203.1.2);
  4. Verzet van het paard gedurende meer dan 45 seconden tijdens het parcours (art. 223.2);
  5. Meer dan 45 seconden gebruiken om de volgende hindernis te springen, ook na een val (art. 223.2 en 224.3);
  6. Het springen van de eerste hindernis terwijl verzuimd is de startlijn in de juiste richting tussen de vlaggen te passeren (art. 220.1.2);
  7. Het verzuimen om door een verplichte doorgang te rijden of het niet precies volgen van de doorlopende lijn zoals aangegeven op de parcoursschets;
  8. Het springen of trachten te springen, tijdens het parcours, van een hindernis die geen deel uitmaakt van het parcours (art. 220.1.5);
  9. Het verzuimen om een hindernis van het parcours te springen (art. 220.1.5) of na uitbreken of een weigering nalaten om de hindernis waar de fout werd gemaakt opnieuw te springen;
  10. Het springen van een hindernis in de verkeerde volgorde (art. 220.1.4);
  11. Het springen van een hindernis in de verkeerde richting (art. 220.1.4);
  12. Het overschrijden van de tijdslimiet (art. 236 en 239);
  13. Het springen of trachten te springen van een hindernis, die bij een weigering omver is geworpen, voordat deze hindernis weer is hersteld;
  14. Het springen of trachten te springen van een hindernis na een onderbreking, zonder te wachten op het belsignaal (art. 203.3);
  15. Het niet opnieuw springen van alle onderdelen van een meervoudige hindernis na een weigering, val of uitbreken (art. 212.3 en 224.3), behalve indien het een gesloten deel van een meervoudige hindernis betreft (art. 214);
  16. Het niet afzonderlijk en achtereenvolgens springen van ieder onderdeel van een combinatie (art. 212.2);
  17. Het niet te paard passeren van de finishlijn tussen de vlaggen in de juiste richting, na het springen van de laatste hindernis (met uitzondering van speciale wedstrijden) voor het verlaten van de ring (art. 226.2);
  18. Het verlaten van de ring door deelnemer en/of paard zonder toestemming van de jury, ook voordat is gestart;
  19. Het verlaten van de ring door een loslopend paard voor het einde van het parcours, ook voordat is gestart;
  20. Het te paard aannemen van een voorwerp, wat het ook moge zijn, tijdens het parcours met uitzondering van hoofddeksel en/of bril (art. 225.3); dit geldt echter niet wanneer dit onmiddellijk na een val gebeurt;
  21. Het gebruik van een zweep van meer dan 75 cm lengte of met een verzwaard uiteinde in de ring, het oefen- of losrijterrein of elders in de onmiddellijke omgeving van het wedstrijdterrein. Een zweep mag ook niet door iets anders worden vervangen. Voor uitzonderingen op deze regel zie art. 257.3.2.;
  22. Een ongeluk, aan de deelnemer of zijn paard overkomen, dat hem verhindert om de wedstrijd uit te rijden (art. 258);
  23. Het verlaten van een gesloten hindernis in de verkeerde richting of het verplaatsen van een onderdeel van een gesloten hindernis;
  24. Het verlaten van een gesloten hindernis door een loslopend paard; indien, na een val, een loslopend paard de gesloten hindernis verlaat, wordt de deelnemer uitgesloten;
  25. Een tweede (klasse M en hoger) of derde (klasse A (aspiranten), B (beginners)en L) ongehoorzaamheid tijdens het parcours (art. 236 en 239);
  26. De eerste val van een paard tijdens het parcours (art. 224.3, 236 en 239);
  27. De eerste of tweede val van de deelnemer tijdens het parcours (art. 224.2, 236 en 239);
  28. Indien naar de mening van de jury het paard of de deelnemer niet in staat is om de wedstrijd voort te zetten;

Bronnen, referenties en/of voetnoten